8. Maar hoe geraken we van het eiland?

De dagen vliegen voorbij. We werken aan de radio, herstellen antennes, luieren in de zetels en spelen met de krabben. Pete, die een bioloog is, neemt bodem- en waterstalen. Mike, een amateur-geoloog, verzamelt stukjes koraal, en neemt ontelbare foto's. Hij noteert alles minitieus in een klein notaboekje.
En, voor we er erg in hebben breekt de laatste dag aan.

Zondag, 15 maart, 7 h in de morgen.
"Clipperton, dit is de Spirit, ontvang je ons?", klinkt het uit de walkietalkie.
We zitten al negen dagen op Clipperton. Gisteravond heeft Mike ons verwittigd: er komt een flinke storm opzetten en hij dringt erop aan om het eiland een dag vroeger te evacueren. Normaal hadden we gepland om er tot maandag te blijven. We willen Clipperton tijdens een storm niet meemaken, en gaan akkoord met Mike's voorstel.
"Clipperton voor de Spirit, over."
"Ja, Mike, wat is er?", antwoord Jay.
"Euuh, jullie landingspapieren, waar zijn die?""God, jongen, heb ik je die niet gegeven?""Mmmm, ik vind ze zo niet, had Pete geen kopij bij zich op het eiland?"Pete staat naast Jay, en knikt bevestigend."Ja, Pete heeft hier nog een kopij""En van de zendvergunning ook", roept Pete
"Maar Mike", vraagt Jay, "we zijn al aan het inpakken, waarom heb je nu plotseling die vergunning nodig?"
"Wel, Jay, we hebben onverwachts bezoek gekregen, kom eens kijken aan het strand, dan zie je wel wat ik bedoel, over en uit", antwoord Capt'n Mike. Hij klinkt zenuwachtig.
We lopen naar het strand. Aan de horizon tekent zich het silhouet van een groot oorlogsschip af. Mike neemt zijn telelens, en zet het op een statief.
"Mmmm, Franse marine", zegt hij, "er is een groep mariniers op de Spirit."
"Waaat?", lacht Jay, "komen ze ons controleren, dat is toch onvoorstelbaar!", en hij kijkt door de telelens naar het schip.
"Haal maar je beste Frans boven, vriendje", zegt hij tegen mij, en geeft me een vriendelijke stomp in de zij.

Maar het voorval wordt al vlug vergeten en iedereen spant zich in om zo snel mogelijk ons kamp af te breken. Tegen de avond moeten we weg zijn. De herinnering aan de 'langste dag', toen we al het materiaal van de landingsplaats naar het kamp moesten verzeulen, is nog vers. Maar het valt mee. Blijkbaar zijn we in een mum van tijd dit klimaat gewoon geraakt. Onder het dreunend lawaai van Pete's ghettoblaster, die rockmuziek over het eiland slingert en ons oppept, worden masten neergehaald, antennes gedemonteerd en kabels opgerold.
Tesamen met Arie draag ik materiaal naar de lagune. Capt'n Mike en zijn crew zullen het later naar de landingsplaats varen. Ik draai me om en sta plots oog in oog met een man in een groen kaki uniform, met een zender op de rug en een machinegeweer kruiselings over de borst.
"Eh?", ik schrik me rot.
"Bonjour", zegt hij breed lachend, en steekt zijn hand uit.
"Bonjour", antwoord ik onthutst, en kijk in de richting van het kamp. Een groepje militairen zijn in het kamp aan het praten met Jay, een aantal anderen staan rond het kamp en slaan aandachtig al onze bewegingen gade. Met het machinegeweer in aanslag. De franse militairen zijn op Clipperton geland. Hun eiland. Ze komen ons kontroleren. Het voelt irreëel aan, om op ons verlaten eiland, plots mannen te zien die er voorheen niet waren. Volkomen vreemden. Stel dat ze op een nacht zouden geland zijn, en terwijl we onder de palmbomen naar de Melkweg zaten te gapen, zouden ze ineens voor ons hebben gestaan. Om een hartinfarct van te krijgen...
Jay roept me en doet teken om bij hem te komen. Vincent en ik zijn de enigen die frans praten. Twee officieren geven me vriendelijk een hand. De ene heeft een lichtblauw hemd aan, en een donkere korte short. Op zijn heupen hangen fluorescerende plastiek zakken. Hij stelt zich voor als de dokter van het team, en vraagt of er iets is waarmee hij ons kan helpen.
"Nee, helemaal niet, zoals U kunt zien, waren we van plan om vandaag te vertrekken.", antwoord ik zo vriendelijk mogelijk. Misschien zijn ze argwanend omdat bij hun aankomst, wij plotselijk het kamp gaan afbreken.
"Mmmm", zegt de dokter, en hij kijkt bedenkelijk naar mijn lippen. Die zijn dik gezwollen en ontstoken. Ik heb ze vanmorgen nog met een dikke laag zinkoxide zalf ingesmeerd. Hij neemt mijn handen vast en klakt bekeurend met zijn tong.
"T t t, jij bent mooi verbrand, zeg!"
"Ja, maar daar geraak je aan gewoon, het doet bijna geen pijn meer."
Vincent komt bij ons staan, en geeft de officieren een hartelijke hand. Fransen onderling, op hun eiland.
"Hebben jullie je paspoorten bij, en de landingsvergunning?"
Vincent vertaalt de vraag voor Pete, die prompt één van de tenten induikt en zijn map met alle formulieren bovenhaalt.
"De kapitein van onze boot heeft alle paspoorten, maar dat hier zijn de vergunningen."
De officier kijkt goedkeurend alles na.
"En hebben jullie al dit materiaal door de branding heen kunnen landen?", vraagt hij.
We knikken fier.
"Wij hadden problemen.", vertelt de officier, "We zijn met een Zodiac geland, maar die heeft nogal wat water binnen gekregen, net als we door het rif kwamen.".
Nu pas zie ik dat de kledij van de militairen drijfnat is.
"Wat zijn jullie hier eigenlijk aan het doen?", vraagt de officier. Ik merk dat de argwaan uit zijn stem is verdwenen.
"Wij maken radio, we zijn radio-amateurs.", antwoordt Vincent.
"Ja, zeg hem dat we vanuit Clipperton 45.000 radiokontakten hebben gemaakt met amateurs over de geheeeeele wereld.", port Jay me aan, "ik heb vanmorgen het aantal kontakten geteld."
De militairen kijken ongelovig, en ik nodig ze uit om in de tent te komen. Daar is nog één radio operationeel. Ron is kontakten aan het maken, en kijkt raar op, als ik, met vijf militairen achter me aan, binnen kom stappen.
"Wat ben je aan het werken, Ron?"
"Europa, op de 10 meter band".
"Fijn, willen jullie eens horen hoe we van hieruit kontakt maken met Frankrijk?", vraag ik de officier. Hij kijkt me argwanend aan.
"Met dit kleine zendertje, naar Frankrijk?"
"Ja hoor, luister maar", antwoord ik fier, en roep om enkele Franse stations. We hebben direkt prijs, en praten met een amateur in de buurt van Toulouse...
"Zie je, dat is wat we de ganse week gedaan hebben", roept Jay uit.

Na een half uur komen de militairen ons allemaal een hand geven, bieden ons een paar flessen wijn aan, en poseren gewillig voor een groepsfoto. Daarna trekken ze naar de vlaggestok aan de andere kant van de Bougainville en hijsen er de 'Tricouleur', de franse vlag."Straks gaan ze nog de Marseillaise zingen ook", grinnikt Jay.

Het kamp is bijna opgeruimd. Dicht bij de bomen slaan we een kleine gedenkplaat in de grond. Elk expeditielid staat erop met zijn voornaam en roepletters. We verzamelen de tientallen lege bierblikjes die her en der verspreid liggen, en trekken dan naar de lagune. Pete en ik zijn de laatsten om het kamp te verlaten. Zonder de tenten en de masten lijkt de plek iets te missen. Het ziet er kaal uit. Voor de eerste maal krijg ik een brok in mijn keel. Het is bijna voorbij. Met 45.000 radiokontakten hebben we ons doel bereikt. Onze taak is vervuld. We stappen in de Zodiac en varen naar de landingsplaats. De Bougainville wordt kleiner en kleiner. Capt'n Mike lacht naar me.
"Weet je, de buitenboordmotor van de fransen wou niet meer starten, wij hebben ze, met onze skiffs, mogen naar hun fregat slepen. Hahhaha, de Fransen konden niet van hun eigen eiland geraken."
"Zie maar dat wij zonder kleerscheuren tot bij de Spirit komen", kaats ik schertsend terug. Ik zie nog levendig de videobeelden van Alain's expeditie voor me: de boten waarmee ze het eiland probeerden te verlaten werden door de golven als veertjes in de lucht geworpen.

Op de landingsplaats staat alle materiaal netjes op het strand. Het is laag water, en het vertrek wordt eventjes onderbroken. Het water tussen het rif en het strand is te ondiep. We zetten ons neer tussen de dozen en zakken. Het is middag en bloedheet. Het valt op hoezeer het witte zand hier de temperatuur de hoogte in jaagt. Het is er minstens tien graden warmer dan bij de Bougainville.
Er zit niks anders op dan te wachten tot het tij keert. Iedereen zweet en is moe. Alle frisdrank in de grote koelboxen is op, en we vallen het bier aan. John en Charly hebben er blijkbaar al heel wat op. John ligt in het water te zingen, met een blikje in de hand. Charly loopt rond met een reddingsvest aan.
"Hey, Pete, wat kwamen die Fransen doen, op jouw eiland", roept hij uitdagend.
"Aaah, ik heb ze uitgenodigd", lacht Pete.
"Ja, maar je sprak wel anders toen ze in het kamp kwamen en een Uzi in je reet duwden, hahah".
"Uzi, mekenuzi", rijmt Pete. De hitte versnelt de werking van de alcohol.
"Hey laat ons gaan surfen", roept John vanuit het water, en hij zwaait naar ons.
Hij gaat tesamen met Pete bovenop het randje van het rif staan, en imiteert een surfer. Een grote golf komt aanzetten, en werpt hen beiden omver.
"Hey, Pete, zo doe je Californië geen eer aan", roept Jay.
"Surfin' over the USA", zingt Pete, "Hey wie we daar hebben?"
Kelly, onze kokin komt aanvaren. Ze heeft een grote pot mee. "Middageten!", roept ze en stapt uit de sloep. John neemt de pot van haar aan en waadt door het water naar het strand.
"Hey, is dit Clipperton, Fifth avenue, nummer 10?", vraagt hij ernstig, "hebben jullie pizza met kaas en ham besteld?"
"Nee, het was een pizza met paprika's en salami", speelt Jay mee.
"Oh, shit", zucht John en draait zich om.
"Hey hierheen, eten, eten, ik wil eten", roept Charly. Hij heeft zich languit op het strand geïnstalleerd.
"Mmmm spaghetti", zegt Arie. Kelly kijkt argwanend toe hoe de groep haar pot aanvalt. Het moet een raar gezicht zijn om ons zo te zien: Een groepje aangeschoten mannen die spaghetti met de handen eet. Op een verlaten eiland.

De hitte slaat toe. Arie, Mike en ik gaan in de schaduw van een eenzame palmboom zitten. Ik rol mijn sweatshirt op tot een kussen en leg me neer. Alcohol maakt me altijd moe. De krabben spelen met mijn veters. De vogels krijsen. Een enkel boobiekuiken roept om zijn moeder.

Na een paar uur kunnen we weer met de sloepen tot aan het strand, en het lijkt alsof we in een minimum van tijd met ons hele hebben en houden weer aan boord van de Spirit zitten. Het lijkt een eeuw geleden dat we nog op deze boot zaten. Toen keken we nog met spanning en vol verwachting uit om aan land te gaan. En nu was Clipperton een stukje gemeenplaats voor ons geworden. We hebben de vloek van het eiland gebroken, we hebben gewonnen. Met heimwee kijken we naar het strand, de palmbomen, naar de Bougainville. Ik wou dat ik de klok nog eens veertien dagen kon terugdraaien. Maar dan zou ik wel wat meer zonnecreme en een grote hoed meenemen.

Mike roept ons tesamen in de galley."Mensen, je weet dat ik je een dag vroeger van het eiland heb laten komen. Er komt een zware storm opzetten. Kelly heeft als verrassing 'steak and lobster' klaar gemaakt. Geniet ervan. We blijven intussen uit de wind liggen. Pas als iedereen is gaan slapen, varen we uit. We zullen een ruwe terugreis hebben."
De biefstuk met kreeft, een klassiek Amerikaanse gerecht gaat er vlot in. Intussen bekijken we de video die Kelly heeft geschoten terwijl we op het eiland zaten. Het toont hoe de bemanning aan boord van de Spirit staat te vissen. Massa's tonijn hebben ze gevangen. Spijtig genoeg hebben ze maar zelden de vis in één geheel binnengehaald. Eens de tonijn boven water komt, spartelend aan de vislijn, schieten de haaien uit het niets tevoorschijn, en happen gretig stukken uit de vis. We zien hoe tientallen haaien vraatzuchtig met elkaar vechten, om een stukje vlees die Mike in het water gooide. Niemand realiseerde zich welke gevaren er rond het eiland schuilden. En zeker niet Pete en John, die daarnet nog 'surfer' speelden, op het randje van het koraalrif.
We kruipen in bed, en horen de motoren aanslaan. Een paar minuten later slingert de boot vervaarlijk heen en weer. Op de grond van mijn kabine schuift mijn bagage van links naar rechts, van voor naar achter. Mijn maag begint te protesteren, en ik neem een zeeziektepil. Het geslinger wordt altijd maar heviger, en soms moet ik me aan de rand van het bed vasthouden, of ik vlieg er uit.

De storm houdt aan gedurende de ganse terugreis. Ik blijf in bed, lees tot ik moe wordt, en ga dan slapen, weer lezen en weer slapen, zonder mij iets aan te trekken van het ritme van dag en nacht. Het verblijf op het eiland heeft me uitgeput zonder dat ik er iets van merkte.

Drie dagen later komen we aan in Cabo San Luca, het zuiden van Baha, Mexico. Na wat steekpenningen voor de douane-beambte, wat hier een gebruik blijkt te zijn, nemen we afscheid van de bemanning. Welgemeend danken we Mike en zijn bemanning voor alle hulp. Het is dank zij hen dat we de vloek van Clipperton hebben overwonnen.
We huren een paar taxis en rijden naar het vliegveld. Bij het inschepen gaat de metaaldetector biepen als ik erdoor ga. Ik toon de granaathulzen van Clipperton's munitiedepot aan de veiligheidsagent die me met een verveeld gezicht doorlaat.
Het vliegtuig van 'Air Alaska' - Air Alaska, in Mexico, haha - zit vol met Amerikaanse teenagers die hier een weekje vakantie doorbrachten. Ze zien er fris en zongebrand uit. Mijn kleren ruiken nog naar zweet en boobypoep. De geur van het eiland zit nog in mijn baseball-petje. Mijn schoenen zijn gescheurd.

In Los Angeles blijven Mike en Vincent op de luchthaven. Zij vliegen later op de avond terug naar huis. Tesamen met de anderen wringen we ons in een huurwagen en rijden naar Jay's huis. Het is net piekuur en we staan uren in de file. De radio staat afgestemd op een zender die kontinue 'oldies' draait. We zingen luidkeels mee. We weten dat dit de laatste momenten zijn die we samen beleven. Dit is wat er overblijft van ons team. Misschien zien we mekaar nooit meer terug. Na al wat we meemaakten, zijn een groepje vreemden in drie weken tijd beste vrienden geworden, die tezamen een unieke herinnering koesteren.

48.000 radiocontacten vanop een verlaten eiland in de Stille Zuidzee. Een eiland met zijn duizenden vogels, en zijn ontelbare krabben. Waarschijnlijk lopen er een paar nog rond, met een sigarettepeuk tussen hun scharen of sleurend met een afgekloofd stukje varkensrib.

Nog enkele krantenartikels, verschenen na onze terugkeer:
Bron: Foto's Arie Nugteren (PA3DUU)


Ga verder naar Hoofdstuk 9: Een nieuw eiland, een nieuwe uitdaging

3 comments:

Anonymous said...

Boeiend verhaal. Nu zie ik eindelijk eens hoe de rijke amateurs spelen... Of moet ik zeggen "stront" rijke, hihi!

Peter Casier said...

Leuk dat je hebt genoten..
.
Oei... rijk... Hmmm.. Ja, ik voel me rijk. Rijk in de vrienden die ik heb, rijk in de zin van 'rijk aan herinneringen en ervaringen'. I.v.m. 'rijk in $$' zal de bank een andere opinie hebben, ha! 't Is al een kwestie van prioriteiten, denk ik. De belangrijkste les van dit boek staat dan ook op de eerste pagina: "Profiteer van het leven terwijl je jong bent. Werk niet in functie van de dag van morgen, maar leef vandaag."
:-) -P.

Anonymous said...

zeer interessant, bedankt